Verwijdering van de milt

 
 

Splenectomie

 
 
Milt
 

Afbraak van bloedplaatjes gebeurt vooral in de milt. Als er auto-antistoffen op de bloedplaatjes gebonden zijn, worden deze sneller door de milt weggevangen en afgebroken.

Het verwijderen van de milt (splenectomie) kan worden overwogen als behandeling met medicijnen niet het gewenste effect geeft. Er wordt afgeraden om dit binnen 1 jaar na diagnose te doen omdat pas na 1 jaar duidelijk is of het om chronische ITP gaat. In tegenstelling tot het (recente) verleden zijn zowel patiënten als artsen veel terughoudender om een ​​splenectomie te laten uitvoeren. Het verwijderen van de milt, vooral bij kinderen, wordt zo lang mogelijk uitgesteld.

Het advies is om voorafgaand aan een splenectomie een miltscan te laten maken om zeker te weten dat de milt -en niet de lever- de bloedplaatjes afbreekt. Hierdoor weet men vooraf wat de kans is dat het verwijderen van de milt ook daadwerkelijk het gewenste effect zal hebben. Soms is het effect van miltverwijdering onvoldoende omdat er na de operatie een bijmilt kan ontstaan die bloedplaatjes afbreekt, of omdat bloedplaatjes worden afgebroken in de lever.

Tot op heden wordt de miltscan alleen nog in het Haga ziekenhuis in Den Haag gedaan.

De milt heeft een belangrijke functie in de afweer tegen bepaalde bacteriële infecties en sommige parasieten. Na het verwijderen van de milt is het risico van een dergelijke infectie groter.

 

Infectiepreventie en maatregelen

Zowel vaccinatie als antibioticaprofylaxe zijn belangrijke aspecten van infectiepreventie bij asplenie en moeten worden uitgevoerd.

Ter voorkoming van bacteriële infecties wordt altijd vóór de operatie een vaccinatie gegeven. Deze vaccinatie moet regelmatig worden herhaald. Aanbevolen wordt bij mensen bij wie de milt verwijderd gaat worden te vaccineren tegen  pneumococcen, Haemophilus influenzae type B (HiB) en meningococcen; deze vaccinaties zitten sinds kort ook in het rijksvaccinatieprogramma.

Het profylactisch en/of therapeutisch ('on demand') gebruik van antibiotica is een tweede maatregel om ernstige infecties na splenectomie te voorkomen. Volwassenen wordt geadviseerd om dagelijks antibiotica profylaxe te gebruiken gedurende 2 jaar na splenectomie (kinderen t/m 5 jaar en tot 2 jaar na splenectomie).

Ook een eventuele infectie dient zo spoedig mogelijk te worden behandeld (= 'on demand' gebruik: direct starten met antibiotica (< 1 uur) bij koorts/koortsgevoel). Mensen die splenectomie hebben ondergaan dienen daarom altijd antibiotica bij zich te hebben om direct met de therapie te kunnen starten.

Richtlijn vaccinatie na splenectomie RIVM

 

Na het verwijderen van de milt dient elke infectie 'serieus' genomen te worden. Met name infecties overgebracht door hondenbeten kunnen een ernstig verloop hebben. Ook is na een miltverwijdering de afweer tegen malaria verminderd.

 

 

Word nu lid of steun ons met een bijdrage

 

Tel. 085-1303570 | E‑mail info@itp‑pv.nl | Bank 1 NL69RABO0345603702 | BIC RABONL2U |Bank 2 NL91ABNA0401810461 | BIC ABNANL2A | KvK 17156005 | ANBI 8135.93.372